Takt

De regelmatigheid van de beweging wordt meestal als verklaring voor het begrip takt gegeven. Natuurlijk mag een paard niet kreupel (onregelmatig) lopen maar tijdens de africhting en training kom je hier niet veel verder mee. Een slepende of dribbelende beweging kan ook regelmatig zijn.
De takt (of te wel ritme) is pas goed te noemen wanneer er sprake is van de juiste tijdfactor dus het tempo. En dan niet zomaar een tempo maar het juiste tempo.
De takt is pas goed te noemen wanneer deze niet in een willekeurig tempo gereden wordt maar in het juiste tempo. Dus takt is feitelijk een combinatie van ritme en tempo. De vraag komt op: wat is het juiste tempo?
Het juiste tempo in arbeidsdraf ligt bij 150 passen per minuut of 10 passen in 4 seconden. Om aan de volgende stappen van het africhtingscala te voldoen is het belangrijk om niet wezenlijk van dit gegeven af te wijken. Boven de 160 passen is het paard al te vlug waardoor het de rug niet kan gebruiken. Een lager tempo zal snel richting verzameld tempo (140 passen) waardoor een slepende gang ontstaat omdat de impuls nog ontbreekt.
Ook voor stap en galop is er een optimale combinatie van ritme en tempo. ( 10 sprongen in 6 sec oftewel 90 tot 100 sprongen per minuut) echter is bij deze gangen de schadelijke invloed op de rugspieren wat minder groot dan in draf en bovendien geven de meeste paarden het juiste tempo zelf duidelijk aan.
Wat betekent dit voor de ruiter/amazone?
Deze dient het tempo te bepalen. Ieder paard probeert zuinig om te gaan met energie en kracht te sparen. De meeste paarden onttrekken zich aan het zware ruggebruik door vlugger te worden. De ruiter dient dit te erkennen en door middel van halve ophoudingen (aannemen – nageven – aandrijven) het tempo te verlagen. De ruiter moet dus invloed zien te krijgen op het tempo het geen het beste lukt door middel van tempowisselingen. Zodra het juiste tempo bevestigd is zal het paard binnen een paar minuten de rug gaan gebruiken. Dit juiste tempo in combinatie met regelmaat is de basis voor takt.
Zolang het paard zelf het tempo bepaalt is het tegenover de ruiter dominant hetgeen het paard op andere momenten steeds weer zal inzetten.

Criterium: Je paard laat zich drijven.

Deel dit: